Het project "GROEI.kans!" wordt gerealiseerd in het kader van het Interreg IVa programma voor de Grensregio Vlaanderen - Nederland, medegefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

![]()
Projectactiviteiten
- Activiteit 1: Ontwikkelen van een grensregiobreed kennisnetwerk: de GROEI.Academie
- Activiteit 2: Ondernemers leren samen in de GROEI.Academie
- Activiteit 3: Vermarkting via nieuwe media
- Activiteit 4: Grensbrede kwaliteitslabeling van belevingsproducten
- Activiteit 5: Het gezamenlijk ontwikkelen van performante afzetstrategieën
- Activiteit 6: Grensoverschrijdende kennisdisseminatie
- Activiteit 7: Training en intervisie van de begeleiders
- Activiteit 8: Performant projectmanagement
Activiteit 1: Ontwikkelen van een grensregiobreed kennisnetwerk: de GROEI.Academie
Betrokken partners:
- De kernpartners BB Projecten vzw en ZLTO
- De kennisinstellingen Universiteit Wageningen (ASG en PPO), KHLeuven en KH Zuid-West-Vlaanderen
- De partners PIVAL vzw en Vlaamse Landmaatschappij
Omschrijving:
In eerste instantie wordt er werk gemaakt van de ontwikkeling van een grensregiobreed kennisnetwerk voor alle multifunctioneel rurale ondernemers, vanuit de diverse sectoren.
Deze activiteit omvat 4 onderdelen:
- De gezamenlijke ontwikkeling van inspirerende werkvormen om grensoverschrijdend te leren en te ondernemen.
Bij de start worden verschillende innovatieve werkvormen verder uitgewerkt specifiek voor ruraal ondernemerschap: een ‘gereedschapskist’ met handvaten voor begeleiders bij het organiseren van groepsactiviteiten met ondernemers, een intakeprocedure, kwaliteitsborging enz. Belangrijk is dat aan beide zijden van de grens een gemeenschappelijk begrippenkader ontstaat en dat herkenbaarheid van het concept geborgd wordt. Op die manier wordt er niet enkel een gezamenlijk concept ontwikkeld op het niveau van de organisaties, maar zullen de activiteiten van de Academie ook voor ondernemers aan de beide kanten van de grens als dusdanig herkenbaar zijn. Gezien de sterkte van het partnerschap kan deze fase zeer beperkt in de tijd (maximum een half jaar) zijn, zodat er snel kan overgeschakeld worden naar de tweede stap: het gebruiken van dit kennisnetwerk ter ondersteuning van de activiteiten ‘ten velde’. (zie onder Activiteit 2 ‘Samen leren’)
- De ontwikkeling van een virtueel kennisplatform.
Het geheel van leer- en kennisomgeving zal via ICT gefaciliteerd worden. Voor de ondernemers en hun organisaties wordt een virtueel kennisplatform ontwikkeld om de zoektocht naar nieuwe kennis, expertise en netwerken te ondersteunen. Het virtuele kennisnetwerk wordt aangeboden vanaf een centraal internetportaal en biedt verschillende faciliteiten: ontsluiting van publicaties, onderzoekskennis en afstudeerscripties; actueel nieuws; discussie en uitwisselen ervaringskennis (tussen rurale ondernemers enerzijds en tussen expertisecentra anderzijds en tussen beide); digitale marktplaats voor: stages / eindwerken, vraaggedreven (innovatieve) onderzoeksopdrachten, vraag tot hulp bij implementatie van kennis op de werkvloer; een e-learning omgeving voor het ontsluiten van kennis- en rekentools (ook tijdens looptijd te ontwikkelen); e-lespakketten voor ruraal ondernemerschap; autocontrol (pakket gericht op het individueel maar ook gezamenlijk leren en faciliteren van kennis en management rond verplichtingen in de afzetketen); community voor ontmoetingen om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen.
- De methodische koppeling van onderzoek, onderwijs en ondernemerschap binnen het kennisnetwerk.
In concreto zullen de kennisvragen van de ondernemers gekoppeld worden aan de aanwezige expertises in de verschillende deelnemende kennisinstellingen. Een belangrijke aspect is dat een werkwijze wordt ontwikkeld en vormgegeven om de vraag van de ondernemer scherp te krijgen (vraagarticulatie) en deze te matchen met het aanbod van de kennisinstellingen. Kennisvragen die na vraagarticulatie als niet voldoende representatief worden beschouwd, zullen niet in het kader van dit project worden beantwoord. In deze gevallen zullen ondernemers en kennisinstellingen wel met elkaar in contact gebracht worden zodat deze verder bilateraal kunnen behandeld worden. Deze activiteit ondersteunt het praktijkleren en slaat actief een brug tussen onderwijs en praktijk.
- De ontwikkeling van een instrument voor economische outcome monitoring en evaluatie.
Tenslotte wordt er binnen het kennisnetwerk een methodiek ontwikkeld die zal toelaten om de economische outcome van dit project in het bijzonder en van ruraal economisch ontwikkelingsbeleid in zijn algemeenheid te gaan meten. Tot op heden is dit immers nog niet mogelijk gebleken bij gebrek aan een adequaat meetinstrument.
Hiertoe wordt een bevragingstoolkit uitgewerkt en toegepast op een staalgroep. De resultaten van deze aanpak vormen zodoende ook bouwstenen voor de gedachtevorming over de verduurzaming van de GROEI.Academie. Dit zal concreet worden vertaald in een continuïteitsplan.
Beoogde resultaten:
- 1 handleiding/toolbox met ten minste 7 door alle partners uniform te hanteren werkvormen.
- 1 mainstreamingsplan voor de GROEI.Academie.
- 1 internetportaal met o.a. intakemodule, permanent aanbod van actueel nieuws, continue ontsluiting kennisbronnen, e-learning omgeving en e-lespaketten.
- 375 velddeelnemers actief op virtueel platform.
- 1 procedure voor inventarisatie van kennisvragen.
- 25 kennisrapporten, komende uit vraaggedreven onderzoeksopdrachten, waaronder 15 studentenopdrachten.
- 1 methodiek voor het meten van de economische outcome van rapportage met outcome resultaten GROEI.kans!
- toepassing op 5 staalgroepen.
Activiteit 2: Ondernemers leren samen in de GROEI.Academie
Betrokken partners:
- De kernpartners BB Projecten vzw, LLTB en ZLTO
- De kennisinstelling KHLeuven
- De partners Kamer van Koophandel Brabant, Plattelandscentrum Meetjesland vzw, PIVAL vzw, Streekproducten Vlaams-Brabant vzw, Stichting Kempengoed, Strategische Projectenorganisatie Kempen vzw en WAVI vzw
Omschrijving:
Het ontwikkelde kennisnetwerk zal ook grensbreed ‘in het ondernemersveld’ geïmplementeerd worden door de rurale ondernemers samen te brengen en ze samen een leerproces te laten doormaken. Bij de implementatie ‘in het veld’ werkt elke organisatie vanuit de eigen regionale en thematische focus, maar vanuit de projectstructuur wordt er gewaakt over de onderlinge afstemming, samenwerking en complementariteit tussen de activiteiten en over de grensoverschrijdende samenwerking tussen ondernemers.
Deze implementatie ‘in het veld’ zal gebeuren in 2 stappen:
- Ondernemers leren grensbreed van elkaar.
De onder ‘Activiteit 1’ ontwikkelde werkvormen worden naar gelang de doelgroep toegespitst en gestructureerd aangeboden. De leeractiviteiten zullen toegespitst worden op het versterken van het vermogen bij rurale ondernemers om innovatieve en toekomstgerichte wegen in te slaan en de (regionale) mogelijkheden te benutten. Dit vraagt om een verdere ontwikkeling van vaardigheden, zoals vormgeven en evalueren van een strategie, herkennen en realiseren van kansen, en netwerken en relatiebeheer gericht op het benutten van contacten.
Daarbij richt het aanbod zich op verschillende groepen ondernemers. Globaal kunnen 3 categorieën van ondernemers worden aangegeven naargelang de fase van ondernemersschap waarin ze zich bevonden:
- Oriëntatie: ondernemers uit deze groep verkennen de mogelijkheden die een MURO activiteit voor hun bedrijf kan bieden of bevinden zich in een startfase.
- Professionalisatie: ondernemers uit deze groep zijn actief op zoek om hun bestaande activiteit naar een hoger plan te tillen via verbetering van het strategisch management, verlaging van kostprijs, kwaliteitsverbetering of verbetering van de marketing en afzet.
- Innovatie: deze groep kiest nadrukkelijk voor een eigen plan, ziet ongebruikelijke kansen in de markt en is op zoek naar experts en nieuwe netwerken om de eigen doelen te bereiken.
- Ondernemers gaan grensbreed samen ondernemen.
Vanuit het samen leren en met ondersteuning van het kennisnetwerk, zal de effectieve samenwerking tussen rurale ondernemers gestimuleerd en intensief begeleid worden. Vanuit de Nederlandse en Vlaamse ervaringen terzake worden in het gehele grensgebied begeleidingstrajecten opgezet, die GROEI.plaatsen kunnen zijn voor innovatie en grensbrekend ondernemerschap op het platteland.
Vanuit deze samenwerkingsverbanden worden dan ook innovatieve product-markt-combinaties (PMC’s) ontwikkeld en grensbreed in de belevingsmarkt gezet. Hierbij zal zeer sterk de nadruk liggen op het sectoroverschrijdende van deze PMC’s, waarbij er originele combinaties gemaakt worden van producten die traditioneel behoren tot recreatie, toerisme, streekproducten en/of educatie, om te komen tot zogenaamde ‘cross over’ (lees: sectoroverschrijdende) PMC’s die kunnen instaan voor een verdere marktontwikkeling.
Een belangrijk onderdeel van ondernemerschap, betreft het certificeren van plattelandsondernemers en het inpassen van deze certificering in een innovatieve marktstrategie. De regio Cork (de Ierse republiek) heeft in de afgelopen jaren o.a. met Europese middelen heel wat kennis en ervaring opgedaan met deze aspecten. Daarom zal er een beperkte delegatie vanuit de projectleiding een studiebezoek brengen aan deze regio. Tijdens deze studiereis zal er kennis gemaakt worden met de ‘good practices’ die in deze regio uitgebouwd worden.
Beoogde resultaten:
- de organisatie van 225 leeractiviteiten voor ondernemers, waarvan 50 activiteiten voor oriëntatiegroepen, 150 activiteiten voor professionaliseringsgroepen en 25 activiteiten voor innovatoren; en waarvan 30 fysiek grensoverschrijdende activiteiten.
- binnen de leeractiviteiten worden 1.250 ondernemers bereikt, waarvan 250 oriënteerders, 900 professionaliseerders en 100 innovators; en waarvan 150 grensoverschrijdend betrokken.
- 16 samenwerkingsverbanden begeleid, waarin 80 ondernemers samenwerken; en waarbinnen 16 innovatieve PMC’s ontwikkeld worden.
- 1 studiereis, 2 deelnemers.
Activiteit 3: Vermarkting via nieuwe media
Betrokken partners:
- De kernpartners Centrale van de Landelijke Gilden vzw en ZLTO
- De partner Plattelandsklassen vzw
Omschrijving:
Met deze activiteit zal een strategie ontwikkeld worden waarbij aan individuele rurale ondernemers de mogelijkheid wordt geboden om mee te spelen in de nieuwe evoluties op het vlak van de nieuwe media. Alzo kunnen zij concurrentieel optreden ten opzichte van grotere spelers op de belevingsmarkt en wordt versnipperde communicatie tegengegaan. Deze innovatieve marktstrategie zal toegepast worden op de deelsectoren dagrecreatie op het platteland en boerderijeducatie.
Binnen deze activiteit zullen we drie stappen zetten:
- De koppeling tussen versnipperde dataplatformen.
Om te komen tot een betere omsluiting van het versnipperd aangeboden recreatieaanbod op het platteland zal voor het gehele grensgebied Vlaanderen-Nederland een overkoepelend platform op basis van stabiele databases uitgebouwd worden waar de consument hen op een overzichtelijke en duidelijke manier kan leren kennen. Dit ‘uit op het platteland’-platform zal onder de extensie ‘.eu’ gemaakt worden.
Ook in de sector van de landbouweducatie wordt vaak gewerkt rond kleine, concrete projecten, waardoor ook daar het aanbod versnipperd is. Door het oprichten van een gezamenlijk, interactief educatieportaal zullen we deze versnippering tegengaan. Er wordt zowel gewerkt aan de bundeling van reeds bestaande projecten als aan de ontwikkeling van nieuwe initiatieven. Vanuit dit educatieportaal wordt een loketfunctie aangeboden aan intermediairen.
Hierdoor zal de consument in de mogelijkheid zijn om het belevings- cq. educatief aanbod uit het volledige grensgebied op een eenvoudige en snelle manier te raadplegen.
- Bredere ontsluiting van het aanbod.
Om de gebruiker van het nieuwe uit te bouwen platform voor dagrecreatie een nog beter en vollediger overzicht te geven van het belevingsaanbod, zullen een aantal geografische (bv. Oost- en West-Vlaanderen) ‘lacunes’ in de databases ingevuld worden. En in de andere regio’s zal werk gemaakt worden van een verdieping van het aanbod. Dit alles met de focus op dagrecreatie.
De portaalsite boerderijeducatie moet vooral een portaal worden voor iedere intermediair. Er worden verschillende specifieke doelgroepen aangesproken: leerkrachten basis- en secundair onderwijs die aandacht willen besteden aan land- en tuinbouw, land- en tuinbouwers die aan educatie doen en natuur-, landbouw- en streekgidsen.
- Brede vermarkting van het aanbod.
Om er voor te zorgen dat nog meer mensen de weg vinden naar het aanbod, zal gekozen worden voor de overstap naar web 2.0. en de daarbij horende mogelijkheden van ontsluiting door het leggen van linken naar youtube, routeyou, google maps,… en andere nieuwe toepassingen. Er zullen ook een aantal online wedstrijden opgezet worden. Op die manier wordt er traffic gegeneerd naar de sites.
Aanvullend zal er ook werk gemaakt worden van communicatie via andere media. Hiervoor zal een communicatiemix uitgebouwd worden met daarin de uitbouw van 10 televisie-uitzendingen met daarin een kookwedstrijd en TV-programma ‘Lekker van Streek’, de ontwikkeling van een kookboek en een samenwerking met specifieke plattelandmagazines (zoals bv. ‘Nest’ in Vlaanderen – oplage 120.000 ex.), die op heel wat lezers kunnen rekenen.
Beoogde resultaten:
- 1 ontwikkelde databank/metasysteem dagrecreatie.
- 2 gezamenlijke portaalsites.
- 350 nieuwe inputs (ondernemers) in systeem.
- 2 innovatieve applicaties voor ontsluiting.
- 10 aanwezigheden in gedrukte media.
- 10 aanwezigheden op televisie.
- 1 ondersteunend gedrukt medium, met een oplage van 15.000 ex.
- 60 nieuwe educatieve activiteiten en materialen op het internet.
Activiteit 4: Grensbrede kwaliteitslabeling van belevingsproducten
Betrokken partners:
- De kernpartners LLTB en ZLTO
- De partners Plattelandstoerisme in Vlaanderen vzw, EROV, WAVI vzw, Plattelandsklassen vzw, Stichting Kempengoed en Plattelandscentrum Meetjesland vzw
Omschrijving:
Met deze activiteit zal een éénduidige labeling- en kwaliteitsborging van het huidige aanbod van rurale ondernemers en de bijhorende netwerken ontwikkeld worden, zodat deze tegemoet kan komen aan de vragen van de consument naar duidelijke en ‘leesbare’ labels.
Zowel in Nederland als Vlaanderen zijn er immers reeds een aantal netwerken ontwikkeld, eventueel voorzien van een eigen label (vb. ‘kijkboerderij’ of het ‘klavertjessysteem’). Door de grote versnippering van deze kwaliteitslabels, verliezen deze in grote mate aan communicatieve kracht.
Deze innovatieve marktstrategie zal toegepast worden op de deelsectoren kleinschalig verblijfstoerisme op het platteland, boerderijeducatie en streekproducten.
Zowel in Vlaanderen als in Nederland wordt hiertoe de nodige afstemming gedaan met de reeds bestaande labelingsystemen.
Ook deze activiteit wordt uitgevoerd middels een aantal stappen:
- Evaluatie van bestaande labelingsystemen.
Een aantal veelbelovende labelingsystemen die in het gebied reeds eerder werden ontwikkeld, onder de loep nemen en evalueren. Via een gestandaardiseerde methodiek zullen deze systemen beoordeeld worden op sterke en zwakke punten. Gezien de sterkte van het partnerschap kan deze fase zeer beperkt in de tijd (maximum een half jaar) zijn, zodat er snel kan overgeschakeld worden naar de tweede stap.
- Gezamenlijke voor de consument ‘leesbare’ labelingsystemen ontwikkelen en implementeren.
Verder zullen we doorheen het gehele gebied en in onderlinge samenwerking, een aantal labelingsystemen ontwikkelen, die aan beide zijden van de grens ‘herkenbaar’ zijn. Er zal daarom werk gemaakt worden van een kwaliteitshandboek en van de gezamenlijke categorisatie. Daarbij zal de nadruk liggen op de ontwikkeling en uitvoering van de differentiatie van het aanbod. Binnen deze activiteit zullen we ook specifiek de component ‘streekidentiteit’ mee onder de loep nemen.
Van daaruit wordt gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van een kwaliteitssysteem bij verschillende ondernemers, toetsing door mystery guests, ontwikkeling van een geautomatiseerde backoffice en uitreiking van een aantal awards voor de beste accommodatie. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van het kwaliteitssysteem is continuïteit en zelfstandige opschaalbaarheid.
Verder wordt er gewerkt aan een pilot rond een geautomatiseerd beoordelingsysteem. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het automatische webbased systeem van BNN en dit gekoppeld aan de eigen internetsite van de partners. Aan het einde van de pilot wordt een beslissing genomen of, en op welke wijze de pilot vervolg krijgt.
Om dit alles in het veld waar te gaan maken, wordt er intensief samengewerkt tussen de voornaamste koepels van ondernemers.
- Labels grensbreed vermarkten
Hierop volgend zal ook werk gemaakt worden van het grensbreed vermarkten van het kwaliteitslabel: tal van promotionele acties worden opgezet i.f.v. het vermarkten van het kwaliteitsproduct kleinschalige plattelandslogies. (mediacampagne in printversie en digitaal, gerichte PMC communicatie,…), educatief aanbod en aanbod aan streekproducten. Daarbij wordt de versnippering in communicatieve inspanningen tegengaan door het uittekenen van een gemeenschappelijk communicatie.
Marketing van bovenstaande pilootactiviteiten zal gebeuren door: opstellen marketingplan (m.b.v. consumentenpanel), ontwikkeling promotiematerialen (aansluitend op bestaande mogelijkheden) en uitvoering daarvan (mediacampagne in printversie en digitaal, gerichte communicatie enzovoorts).
Beoogde resultaten:
- 3 gezamenlijke kwaliteitshandboeken.
- 100 ondernemers gecertificeerd in gezamenlijke categorisaties.
- 1 gezamenlijke categorisatie.
- 5 pilots PMC’s (vb. rural caching), waarin de kwaliteitslabeling tot uiting komt.
Activiteit 5: Het gezamenlijk ontwikkelen van performante afzetstrategieën
Betrokken partners:
- De kernpartners Centrale van de Landelijke Gilden vzw, BB Projecten vzw, LLTB en ZLTO
- De partners EROV, Plattelandscentrum Meetjesland, PIVAL vzw, ERSV West-Vlaanderen, Stichting Kempengoed, Rurant vzw, Toerisme Limburg, stad Roeselare en de 4de Directie van de provincie Limburg (BE)
Omschrijving:
Deze activiteit wil inzetten op de gezamenlijke ontwikkeling en implementatie van succesvolle afzetstrategieën. Daartoe zullen een aantal ‘good practices’ grensbreed geïmplementeerd worden Deze innovatieve marktstrategie zal toegepast worden op de sector hoeve- en streekproducten. Vooral op het vlak van samenwerking en innovatie is hier nog enorm veel potentieel aanwezig. Meer bepaald zal er ingezoomd worden op 3 mogelijke afzetkanalen voor deze producten:
- Nabijheidsafzet, gericht naar de consument op het platteland: hierbij zal er gekeken worden hoe de afzet van belevingsproducten naar de afnemer op het platteland zelf efficiënter en meer marktconform kan gebeuren.
- Afzet in ‘consumentenconcentraties’: hierbij zal er gekeken worden hoe de verspreide belevingsproducten op een rendabele manier kunnen gegroepeerd aangeboden worden in (bv. stedelijke en kleinstedelijke) gebieden waar er reeds een grote concentratie van potentiële afnemers bestaat. Hierbij wordt gekeken naar het aanbieden volgens een uniform concept, het ontwikkelen van afzetkanalen en logistieke ondersteuning (bevoorrading) waardoor de producten van producent naar de verschillende verkooppunten vervoerd worden. Basis van dit idee is: ‘breng het product naar de (geschikte) consument’.
- Innovatieve Business to Business afzet: ten slotte zullen ook innovatieve B2B-concepten ontwikkeld worden om producten af te zetten via andere ‘intermediaire’ ondernemers, zodat enerzijds de producenten van de producten een meerwaarde verkrijgen en anderzijds de ‘intermediaire’ ondernemer’ de kans krijgt om zich te differentiëren binnen zijn eigen markt. Hierbij wordt ondermeer gedacht aan horeca en de toeristische sector: de toerist die het product koopt als belevingsproduct en de partners in toerisme die belevingspakketten aanbieden, de horeca die streekgerechten aanbiedt of in het aanbod van lokale producten een meerwaarde ziet. Voor elk van deze kanalen zal er gewerkt worden in 3 stappen:
- Evaluatie van reeds bestaande afzetsystemen.
Verschillende organisaties in het werkgebied waren in het nabije verleden actief rond het opzoeken van nieuwe markten en het ontwikkelen van nieuwe distributiesystemen voor de producten. Tot op heden waren deze initiatieven, omwille van het (versnipperde) productiesysteem als de geringe marktpenetratie, op enkele uitzonderingen na, meestal niet erg succesvol en zeker niet economisch rendabel te maken. Nochtans kunnen uit deze initiatieven heel wat verbeterlessen getrokken worden.
Anderzijds zijn er ook afzetsystemen die reeds hun succes aangetoond hebben en die het verdienen om grensbreed geïmplementeerd te worden. Er wordt intensief samengewerkt tussen de voornaamste koepels van ondernemers om een aantal veelbelovende distributiesystemen die in het gebied reeds eerder werden ontwikkeld, onder de loep te nemen en te evalueren. Voorbeelden hiervan zijn:
- Het ‘Landwinkelconcept’, als manier om consumenten op het platteland te bereiken.
- Het concept ‘Streekproducten in Buurtsupermarkten’.
- Het concept ‘Hartenboer’
- Winkelcentra met uitstraling (denk aan het centrum van Maastricht, Eeklo of Roeselare, maar ook aan designer centra zoals in Roermond).
- Grote kwalitatief hoogwaardige locaties voor verblijfsrecreatie (bijv. op of nabij vestigingen van Center Parcs).
- Smaakbeurzen in stedelijke gebieden.
- Rondreizend streekpaviljoen, dat kan geplaatst worden op evenementen.
- ‘Speed Business Dating’.
- Gezamenlijk veelbelovende afzetsystemen grensbreed en/of regionaal implementeren.
Vanuit de bovenstaande evaluatie zullen de partners doorheen het gehele gebied en in onderlinge samenwerking, een aantal veelbelovende distributiesystemen organiseren. Hierbij zullen een aantal innovatieve distributiesystemen grensbreed en/of regionaal uitgewerkt en uitgetest worden, waarbij telkens o.a. ook gefocust wordt op de verkoop via uitwisseling van producten. Sommige onderdelen zullen grensbreed uitgewerkt worden, andere onderdelen worden uniform uitgewerkt voor een meer beperkte regio.
Deze uitvoering richt zich tot verschillende doelgroepen: producenten, verkooppunten, gebruikers, verdeler of distributeur, coördinatiepunt en financiers.
Hun rol in het project is:
- Producenten van hoeve- en streekproducten (zowel uit profit en non-profit): aanbod en productiecapaciteit in kaart brengen, sensibiliseren van producenten, kwaliteitsnormen vergelijken vb mbt productieproces, schaalgrootte omschrijven, winstmarges afspreken.
- Verkooppunten aan consumenten:
- Bestaande verkooppunten uitbreiden met assortiment: dwz verbouwing, rekken, koelinstallatie, bakken, een voldoende ruime bereikbaarheid (openingsuren) hebben, fysiek aantrekkelijk, commercieel aantrekkelijk, klantvriendelijke verkoop, goede locatie: gelegen op plek waar volk komt.
- Nieuwe verkooppunten oprichten: gelinkt aan een bedrijf dat eigen producten fabriceert en verkoopt (vb een landbouwbedrijf), een toeristische trekpleister (vb stroopfabriek), een druk bezocht commercieel centrum , een bestaande buurtwinkel.
- Een vast aanbod voorzien en mogelijkheid tot bestellingen door de klant.
- Verkoop aan horeca
- De betere restaurants: sommige restaurants hebben liever een exclusief product dat niet door iedereen wordt aangeboden, voldoende en regelmatige levercapaciteit is belangrijk.
- De streekeigen tavernes die lokale inslag willen geven (streekgerechten aanbieden).
- De consumenten: marktonderzoek is aangewezen naar diverse soorten gebruikers en bepalen van nieuwe doelgroepen.
- Praktische verdeler of distributeur: logistieke ondersteuning
- Investeren in software.
- Investeren in vervoer met koeling.
- Investeren in personeel voor distributie.
- Hiermee verbonden: het coördinatiepunt en administratieve deel: waar alle aanvragen toekomen en waar de distributie wordt geregeld.
- Innovatieve systemen grensbreed en/of regionaal vermarkten
Hier opvolgend zal ook werk gemaakt worden van het grensbreed vermarkten van de geïmplementeerde marktsystemen: een aantal promotionele acties worden opgezet. Daarbij wordt de versnippering in communicatieve inspanningen tegengegaan door het uittekenen van een gemeenschappelijk communicatie.
Marketing van de pilootactiviteiten zal gebeuren door: opstellen marketingplan (m.b.v. smaakpanel), ontwikkeling promotiematerialen (aansluitend op bestaande mogelijkheden) en uitvoering daarvan (mediacampagne in printversie en digitaal, gerichte communicatie enzovoorts).
Beoogde resultaten:
- 12 pilot winkels/verkoopslocaties, waarbinnen 150 ondernemers betrokken zijn.
- 4 opgestarte of verbeterde distributiesystemen.
- 3 georganiseerde beurzen, waarbij 80 ondernemers betrokken zijn.
- 18 communicatieacties rond de innovatieve afzetstrategieën.
Activiteit 6: Grensoverschrijdende kennisdisseminatie
Betrokken partners:
- De kernpartner Centrale van de Landelijke Gilden vzw
Omschrijving:
Deze activiteit heeft betrekking op het uitvoeren van een zo optimaal mogelijke disseminatie van de verzamelde kennis tot bij de verschillende relevante actoren en stakeholders in het gehele grensgebied. Bij de uitvoering van dit project zullen immers verschillende nieuwe kenniselementen ontwikkeld, uitgetest en uitgevoerd worden. Vernieuwende inzichten zullen opgedaan worden, o.a. via de ontwikkeling van nieuwe methodieken, het experimenteren met nieuwe types van samenwerkingsverbanden, de ontwikkeling van inspirerende product-markt-combinaties en innovatieve marktstrategieën.
De opgedane kennis en expertise zal ook samengebracht, vastgelegd, verduurzaamd en zo toegankelijk mogelijk ter beschikking gesteld worden van de verschillende actoren op het vlak van plattelandsbeleving in de Grensregio. We denken daarbij niet enkel aan de participerende organisaties, maar ook aan ondernemers, andere relevante organisaties, lokale, regionale en nationale overheden, decision makers, enz.
Er zullen symposia en persbriefings gebeuren, een informatiewebsite opgestart worden en nieuwsbrieven breed verspreid worden. Daarbij engageren de verschillende uitvoerende partners in de overige actiedomeinen zich om deze inhoudelijk te stofferen. Ook om te voorzien in een adequate communicatie betreffende het project en haar realisaties naar het brede publiek zal op relevante momenten de algemene pers geïnformeerd moeten worden.
Beoogde resultaten:
- 1 mid term symposium, waarop 150 stakeholders genodigd worden.
- 1 slotsymposium, waarop 300 stakeholders genodigd worden.
- 12 nieuwsbrieven, met een oplage van 1.800 ex.
- 1 projectinformatiewebsite.
- 7 persbriefings worden georganiseerd op relevante momenten.
Activiteit 7: Training en intervisie van de begeleiders
Betrokken partners:
- De kernpartners Centrale van de Landelijke Gilden vzw, BB Projecten vzw, LLTB en ZLTO
- De partners Plattelandscentrum Meetjesland vzw, ERSV West-Vlaanderen en Rurant vzw
Omschrijving:
In deze activiteit worden verschillende initiatieven genomen om de begeleiders en de trainers vanuit de verschillende partnerorganisaties samen te brengen en van elkaar te laten leren. Er worden verschillende training- en intervisiebijeenkomsten georganiseerd voor de procesbegeleiders. Deze worden deels per thema (educatie, hoeve- en streekproducten, recreatie) opgepakt.
De kwaliteit van de procesbegeleiding en het leveren van maatwerk aan de groepen zal sterk worden verbeterd door onderlinge intervisie. Door intervisie worden ervaringen uitgewisseld, wordt geleerd van elkaar en kan inspiratie opgedaan worden voor nieuwe uitdagende werkvormen in groepen. Daarbij is intervisie ook een belangrijk instrument voor interne communicatie. Het stimuleert een uniforme beeldvorming naar de ondernemers en de buitenwereld.
Door dit samenbrengen van de professionele begeleiders, waarbij elk van de partners een actieve inbreng doet, zal ook een blijvend effect gerealiseerd worden op het vlak van kennisuitwisseling en samenwerking, die zeker ook na afloop van het project zal doorwerken.
Beoogde resultaten:
- 1 startbijeenkomst met alle begeleiders, waarop ten minste 50 deelnemers aanwezig zijn.
- 4 intervisiedagen.
- 16 thema- en trainingsdagen.
- aantoonbaar netwerk van netwerkers en begeleiders.
Activiteit 8: Performant projectmanagement
Betrokken partners:
- De kernpartners BB Projecten vzw en Centrale van de Landelijke Gilden vzw (in voorbereiding)
Tenslotte moet er uiteraard een transparant projectmanagement ontwikkeld worden opdat het project efficiënt kan worden uitgevoerd.
De uitvoering van dit project is tegelijkertijd uitdagend, maar evenzeer bijzonder complex. Zowel de omvang van het project als het aantal partners, maken een sterk management van dit project noodzakelijk, wil het zijn beoogde doelstellingen en resultaten/effecten binnen de gestelde timing realiseren.
Om te voorzien in zowel een formeel projectmanagement als in een kwaliteitsoverwaking in de uitvoering van dit project, zullen door de projectverantwoordelijke organisatie de nodige schikkingen getroffen worden.
Niet alleen de regelmatige formele financiële en inhoudelijke rapportering naar de betoelagende instanties is noodzakelijk voor een vlotte uitvoering van dit project. Alle partners zijn het er bovendien over eens dat een kwaliteitsvolle uitvoering van dit project noodzakelijk is. Enkel op deze manier kunnen we immers de ons toegezegde publieke middelen verantwoorden.
Omwille van deze redenen is een sterk gestructureerd projectmanagement noodzakelijk. Daarom worden de volgende schikkingen getroffen:
- Het formaliseren en schriftelijk vastleggen van de afspraken.
- De oprichting en werking van een projectstructuur.
- De inrichting van een digitale kantooromgeving.
- De organisatie van een transparant elektronisch projectmanagement systeem.
Beoogde resultaten:
- 45 projectwerkvergaderingen.
- 12 tussentijdse projectrapporteringen en één eindrapportering conform de richtlijnen van Interreg.
- 1 digitaal kantoor operationeel.
- 1 elektronisch systeem voor transparante financiële projectafhandeling.
